Archeon is een welvarend dorp, alwaar de lieden des morgens vroeg zich vergaderen op het marktplein om handel te drijven. De geur van vers brood, brandhout ende gebakken waren vervult de lucht, terwijl de ambachtslieden ijverig arbeiden in hun werkhuizen en de kinderen zich vermaken tusschen de stegen ende hoven.
Rondom het dorp verheffen zich sterke muren, bekroond met torens alwaar de wachters steeds de wacht houden. Ridders, gehuld in blinkende wapenrusting, staan gereed tot verdediging, terwijl schutters van hooge stellingen het omliggende land gadeslaan. Buiten de poorten trekt de ruiterij voort, snel ende waakzaam, om de velden ende wegen te bewaken.
In de grote hal van het bestuur zetelt de Kroon van Masterkoe, bijgestaan door zijn nieuwe rechterhand, Steven, wiens trouw, wijsheid ende standvastigheid hem een eervolle plaats naast de Kroon hebben verworven. Vanaf heden draagt hij mede de verantwoordelijkheid voor de leiding ende voorspoed van Archeon.
Vanop de wallen strekt zich een wijd landschap uit, tot waar het oog reiken mag. Doch binnen Archeon heerscht arbeid, orde ende gemeenschap, en het volk leeft voort onder voortdurende bescherming ende waakzaamheid.